Startups begeleiden naar financiering
Flinc ondersteunt innovatieve startups met een financieringsvraagstuk en geeft ondernemers onafhankelijk advies op het gebied van ondernemen, innoveren en het vinden van financiering. Zo kunnen ondernemers goed voorbereid aankomen bij een financier. Vervolgens brengt Flinc hen in contact met het uitgebreide netwerk van financiers. Dit kunnen de NOM fondsen zijn, maar ook andere investeerders. Daarnaast Is Flinc er voor investeerders die op zoek zijn naar innovatieve, kansrijke startups om in te investeren.
In één oogopslag
Onze dienstverlening in 2020
In de eerste periode van de coronacrisis durfden een aantal investeerders in ons netwerk geen nieuwe investeringen te doen. Ook zagen we dat sommige startups hun toekomstplannen 'on hold' zetten, om eerst grip te kunnen krijgen op hun huidige bedrijfsactiviteiten. Gelukkig verdween dit sentiment naarmate het jaar vorderde, maar heeft het ons beperkt in het halen van onze doelstellingen.
Toch hebben we een mooi aantal financieringen gerealiseerd. De omvang van de investeringen was in 2020 zelfs hoger dan in voorgaande jaren. Investeerders investeren nu in een latere, iets volwassener fase, wanneer startups hun propositie en business plan verder ontwikkeld hebben, en er mogelijk al omzet wordt gemaakt. Daardoor is het risico lager. Op het moment dát geïnvesteerd wordt, zijn de bedragen als gevolg daarvan hoger.
We kijken positief terug op 2020. We hebben onze dienstverlening snel online opgezet. We zijn in totaal met 21 startups aan de slag gegaan. Een aantal daarvan hebben we begeleid binnen het Corona Rebuild Programma. Uiteindelijk zijn vijftien startups gefinancierd, voor een totaal investeringsvolume van 5,3 miljoen euro. Daarmee zijn 131 nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd.
Ook qua klanttevredenheid zagen we mooie resultaten. Twee keer per jaar meten we de ervaringen van onze klanten. In 2020 hebben we acht beoordelingen opgehaald, met een gemiddeld cijfer van een 9,1. Wij zijn trots op de positieve ervaringen die ondernemers hebben.
jaar | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 |
---|---|---|---|---|
Investeringsvolume (in € miljoen) | 2,7 | 4,5 | 4,6 | 5,3 |
Aanwezig in de startup wereld
Flinc werkt samen met verschillende organisaties, zoals TechLeap, Founded in Groningen, Founded in Friesland, YnBusiness en IBDO (‘Ik Ben Drents Ondernemer’). Ook zijn wij als partner betrokken bij initiatieven zoals De Noorderlingen, Groningen Open, VentureLab, de Young Business Award (YBA) en de BioBizzHub.
De switch naar online als gevolg van corona creëerde nieuwe kansen om zichtbaar te zijn en startups te bereiken. Mooie voorbeelden zijn de kennis- en inspiratiesessies met Jeroen Bertrams. Hierin vertelde hij meer over investeringsstrategieën en hoe je als investeerder in contact komt met veelbelovende bedrijven. Ook organiseerden wij samen met Groots Bedrijfsadvies een masterclass over het ontwikkelen en implementeren van de juiste strategie voor een onderneming. We namen daarnaast deel aan de Drentse crisistafel, waar ondernemers die in financiële problemen zijn gekomen hun vraagstuk neer konden leggen.
In oktober vond de digitale editie van het Flinc Pitch Camp plaats. Voorafgaand aan dit evenement troffen vijf veelbelovende startups intensieve voorbereidingen. Zij kregen een pitchtraining, werden door ons gecoacht en bijgestaan in hun plannen en prognoses. Door deel te nemen maakten startups kans op 20.000 euro groeikapitaal en toegang tot een groot netwerk van investeerders, die naast kapitaal ook kennis, netwerk en ervaring kunnen toevoegen. De Groningse startup SG Papertronics, dat razendsnel ambachtelijk gebrouwen bier test, ging er met de prijs vandoor.
NXT Motors: de Tesla onder de motoren
Het Friese NXT Motors levert elektrische motoren met unieke eigenschappen: 70 procent minder onderdelen, 30 procent minder gewicht, monocoque design (de dragende constructie is niet het frame maar de ‘schaal’, zoals bij een ei) en topmaterialen. Ondernemer Harm Besseling kreeg het idee voor een nieuwe elektrische motorfiets in 2014, ontstaan vanuit een eigen behoefte. Terwijl de introductie van de hybride auto al jaren geleden plaatsvond, was er nog nauwelijks aanbod in elektrische motorfietsen. En de motoren die er waren, waren vooral functioneel en spraken de motorliefhebber niet aan. De afgelopen jaren werd hard gewerkt aan het design, de techniek, en de perfectionering van het modulaire ontwerp. Dankzij dit type ontwerp is de productie goedkoper, en kunnen er op termijn eenvoudig vier modellen gemaakt worden. Nu staat NXT Motors aan de vooravond van de productie van het eerste model. Een strakke, elektrische motor met een concurrerende prijs.
Vanuit Flinc is NXT Motors ondersteund bij het opstellen van een businessplan. Vervolgens hebben we NXT verbonden met ons investeerdersnetwerk. Met het opgehaalde kapitaal van deze financieringsronde moet de productie worden opgestart en de eerste verkopen worden gerealiseerd. Daarnaast hebben we vanuit het netwerk van Flinc een ‘informal’ aangehaakt die naast kapitaal, ook kennis, ervaring en netwerk toevoegt. Met name ten aanzien van het bouwen van een brand, marketing & sales.
Samen met de kapitaalinjectie van de FOM, één van de door de NOM beheerde fondsen, zijn alle ingrediënten aanwezig om de ambitieuze plannen te realiseren.
Nieuwe programma's voor ondernemers
Het afgelopen jaar heeft Flinc hard gewerkt aan haar dienstverlening. Samen met de andere ROM's hebben we het Investor Readiness Programma (IRP) regionaal uitgevoerd. Daarnaast is gezamenlijk het Corona Rebuild Programma opgezet, bedoeld voor bedrijven die zijn geraakt door de coronacrisis. Gedurende acht weken hebben ondernemers in vijf online masterclasses gewerkt aan het aanpassen van hun businessmodel op de veranderende markt.
In 2021 zal daarnaast een nieuw programma aangeboden worden, het Market Readiness Programma (MRP). In dit nieuwe programma werken ondernemers in een periode van ongeveer tien weken toe naar een volgende fase, of aan het verbeteren van het bedrijfsresultaat. Zowel het IRP als het MRP bestaan uit een mix van groepssessies, peer-to-peer sessies en één-op-één begeleiding van een Flinc expert.
Corona Rebuild Programma
Toen ondernemingen in maart 2020 met uiteenlopende problemen werden geconfronteerd door de coronacrisis, is in samenwerking met de andere regionale ontwikkelingsmaatschappijen het Corona Rebuild Programma opgezet. Een soort Eerste Hulp Bij Corona met als doel om bedrijven te helpen grip te krijgen op de nieuwe situatie. Het programma is specifiek bedoeld voor ondernemers met een teruglopende omzet door de coronacrisis.
Het Corona Rebuild Program bestaat uit vijf masterclasses verspreid over een periode van acht weken. Daarbij dagen we ondernemers uit na te denken over het aanpassen van hun business model, het identificeren van kansen bij bestaande én nieuwe klanten en het inzichtelijk maken van problemen die spelen in de keten van de onderneming. Tot nu toe hebben 25 bedrijven deelgenomen en het programma loopt nog steeds.
Ambities voor de komende tijd
Eén van onze doelen voor de komende tijd is het versterken van de samenwerking met Techleap. Deze organisatie richt zich op het vergroten van de toegang tot markten, kapitaal en talent voor innovatieve startups. Als commited partner vertalen we de activiteiten van Techleap door naar onze regio. Daarvoor stellen wij ons netwerk open en zetten wij ons als partner in voor programma’s zoals Groningen Open. Daarnaast werkt Flinc aan het vergroten van de toegankelijkheid tot kapitaal, door haar financieringsnetwerk verder uit te breiden en te verstevigen. We zijn bijvoorbeeld als ‘Lead Partner’ aan Founded in Groningen verbonden om de toegang tot kapitaal te vergroten. Wij willen een bijdrage leveren aan het creëren van overzicht in het ecosysteem, het verbeteren van het kennisniveau en de vaardigheden (zowel van startups als van investeerders) en het verbinden van startups met investeerders.
Aankomende jaren willen wij onze dienstverlening professionaliseren door samen met de andere ROM's landelijke ondersteuningsprogramma's verder op te zetten. Een data-gedreven aanpak zal daarin centraal staan. Het Investor Readiness Program, bijvoorbeeld, is gebouwd op een datamodel. Zo kan onderzocht worden hoe ondernemers, adviseurs en financiers de investeerbaarheid van startups kunnen vergroten. Dit betekent dat we gezamenlijk meer data over startups willen vastleggen en gebruiken om onze ondersteuning voor startups door te ontwikkelen.
Investeren in innovatieve ondernemingen
De NOM investeert risicodragend kapitaal in kansrijke MKB-ondernemingen in Noord-Nederland. Dat doen we met aandelenkapitaal, achtergestelde leningen, of een combinatie hiervan. Onze investeringen variëren van 50.000 euro tot maximaal 5 miljoen euro per portfoliobedrijf. Steeds vaker vindt financiering plaats in samenwerking met andere partijen en heeft de NOM een actieve rol om de ondernemer te verbinden met adviseurs, banken, private investeerders, participatiemaatschappijen of alternatieve financiers, zoals crowdfunding platforms en kredietunies. Op deze manier helpen wij ondernemingen starten of groeien en dragen we bij aan werkgelegenheid, innovatie en de realisatie van groei- en overnameplannen.
In één oogopslag
Resultaten in het bijzondere jaar 2020
2020 was een jaar met meerdere gezichten. Voor sommige bedrijven creëerde de coronacrisis juist kansen voor groei, maar veel bedrijven zijn hard geraakt. Toen na de aankondiging van het eerste pakket coronasteunmaatregelen voor ondernemers bleek dat veel startups, maar ook gevestigde innovatieve bedrijven, buiten de boot zouden vallen, hebben wij samen met de andere ROM's, Techleap, en het ministerie van EZK in korte tijd de Corona-Overbruggingslening (COL) in het leven geroepen.
Vanuit deze regeling hebben wij 103 aanvragen behandeld en 13,2 miljoen euro kunnen verstrekken aan 53 ondernemingen. Aanvragen kwamen van startups en scale-ups, evenals van innovatieve MKB-bedrijven en familiebedrijven die geen relaties met de bank hebben. Uit tal van branches en sectoren, met verschillende klantenkringen en kenmerken.
Ons eigen portfolio en het portfolio van de fondsen in ons beheer hebben zich, ook in dit uitdagende jaar, rustig doorontwikkeld. We hebben een kleiner aantal investeringen gedaan dan afgelopen jaren. Ook het investeringsniveau van ruim 18 miljoen euro lag iets lager dan in 2019. Daarin zagen we terug dat ondernemers door de crisis iets voorzichtiger zijn geworden en voor een deel ook in de overlevingsstand zijn gaan staan. Toch hebben we 52 nieuwe investeringen in bedrijven in verschillende sectoren kunnen doen.
Het totale portfolio (met de eigen en de beheerde fondsen) bestaat per eind 2020 uit 186 bedrijven. Via eigen en beheerde fondsen hebben we middels investeringen de volgende impact in Noord-Nederland kunnen maken:
NOM fondsen | FOM | MKB Fonds Drenthe | IFG* | Groeifonds / EBG | Totaal | |
---|---|---|---|---|---|---|
Gerealiseerde financieringen (#) | 18 | 13 | 2 | 6 | 13 | 52 |
Verstrekt kapitaal (in € miljoen) | 5,56 | 1,50 | 0,30 | 5,62 | 5,59 | 18,56 |
Aantal nieuwe bedrijven | 9 | 11 | 2 | 4 | 8 | 34 |
Totaal bedrijven in portfolio | 81 | 33 | 30 | 10 | 32 | 186 |
EventInsight ontwikkelt digitaal perspectief na coronaklap
Wat als je bedrijfsomzet door de coronacrisis bijna volledig wegvalt? De snelgroeiende Groninger startup EventInsight ging in maart 2020 van plan A naar plan B, C en zelfs D, allemaal gericht op schadebeperking. Tot de ondernemers gingen omdenken: hoe maken we van deze crisis een kans? Waar hebben onze klanten nu behoefte aan? Ze werkten keihard aan een digitaal alternatief, 'Let's get digital', om grote congressen tóch door te laten gaan. Met succes: EventInsight werkte mee aan een groot Amerikaans congres over plantaardige voeding en eiwitten en in 2021 zal het Eurovisie Songfestival gebruik maken van de omgeving van Let’s Get Digital om internationale media in een virtueel perscentrum te ontvangen.
Door de focus op congressen van honderd deelnemers of meer, was EventInsight één van de eerste bedrijven in de evenementenbranche die hard werd geraakt door de maatregelen om het coronavirus in te dammen. En dit terwijl het bedrijf enorm in de lift zat. Nieuwe investeerders, waaronder de NOM, waren in 2019 ingestapt. Na de eerste damage control zoals het regelen van werktijdverkorting, begon het bedrijf zich af te vragen: 'Welke problemen hebben onze klanten en hoe kunnen wij hen daarbij helpen, zodat we allemaal sterker door de crisis komen?’
Het bedrijf besefte dat door het verplicht annuleren van professionele evenementen een belangrijk platform voor ontmoeting en kennisuitwisseling wegvalt voor hun klanten. Technisch directeur Bas Krijgsman: 'Bij evenementen van dit niveau schiet livestreaming of videoconferencing vaak tekort. Dan mis je de beleving die hoort bij een congres. Daarom hebben wij samen met Bano, Martiniplaza en het Delftse Aanmelder.nl een platform ontwikkeld waarmee we aan grote groepen deelnemers van events een inspirerende digitale ervaring kunnen bieden: Let’s Get Digital.’
Zodra het virusgevaar is geweken, gaan mensen elkaar weer live opzoeken, want menselijk contact is onvervangbaar. Toch kan Let’s Get Digital prima van betekenis blijven voor congressen. Als back-up, maar ook als optie voor deelnemers die er niet live bij kunnen zijn. 'Bepaalde elementen gaan we in de toekomst vast vaker gebruiken.’
Ontwikkelingen in ons portfolio
Het afgelopen jaar hebben wij een aantal mooie bedrijven aan ons portfolio toegevoegd. Bijvoorbeeld Coolback Company, dat een koelende achterwand heeft ontwikkeld voor zonnepanelen. Ook hebben we geïnvesteerd in Well Engineering Partners (WEP), een advies- en ingenieursbureau dat zich onder andere richt op het boren en onderhouden van diepe putten voor de winning van aardwarmte. Op dit vlak zijn ze de afgelopen jaren bepalend geworden. Ook investeerden we in jonge ondernemingen, zoals de startup SG Papertronics. Met de Beer-o-meter zorgt dit bedrijf ervoor dat ambachtelijke bierbrouwers de hoogste kwaliteit bier kunnen leveren. We hielpen hen vooruit met een vroege-fase-investering.
We namen afscheid van zes bedrijven in ons portfolio, waaronder Detact Diagnostics, Organ Assist en Dutch Theatre Systems. Mede dankzij deze verkopen behaalden wij in 2020 een positief resultaat van 4,7 miljoen euro. Eind 2020 is bovendien de eerste exit van 2021 al gerealiseerd: participatie Catawiki heeft een grote investering opgehaald in Groot-Brittannië. Investeerder Permira steekt 150 miljoen euro in het online veilingplatform. Het passeren van de aandelen bij de notaris heeft in februari 2021 plaatsgevonden.
Deze successen moeten in meerjarig perspectief gezien worden. Als NOM investeren we vaak in jonge bedrijven die een product hebben ontwikkeld dat ze naar de markt willen brengen. Met geld, een actieve advies- en sparringsrol en ons netwerk helpen wij het bedrijf stappen te zetten. Zodra we samen meerwaarde gecreëerd hebben en een investeerder of mede-aandeelhouder ons aandeel wil overnemen, is dat voor ons een natuurlijk moment om uit te stappen. Succesvolle exits zijn dan ook een gevolg van ontwikkelingen over een langere periode. Bij Catawiki en Dutch Theatre Systems bijvoorbeeld, is NOM tien jaar geleden ingestapt als investeerder.
High Tech | 2245 |
---|---|
Chemie | 2640 |
LS & Health | 5717 |
Energie | 3059 |
Creatieve industrie | 3192 |
Logistiek | 106 |
Water | 15 |
Overig | 1586,163 |
Detact Diagnostics groeit door
Detact Diagnostics: een bedrijf dat een paar jaar geleden een baanbrekende methode ontwikkelde die snel de aanwezigheid van ongewenste bacteriën aantoont. De technologie is niet alleen toepasbaar in de medische wereld, maar ook in bijvoorbeeld de cosmetica- of voedingsmiddelenindustrie. Voor de NOM reden om twee keer een financiering te verstrekken en in 2017 aandeelhouder te worden. Het bedrijf haalde recent in de VS een investering van 10 miljoen dollar binnen en kan daarmee verder groeien. Hoe werkt de technologie precies?
Bacteriële infecties vormen wereldwijd een toenemend probleem. Alleen al in Nederland krijgen jaarlijks zo’n 100.000 patiënten een ziekenhuisinfectie. En dus is het van groot belang om snel te ontdekken of bijvoorbeeld operatiekamers of IC-afdelingen besmet zijn. Voor de voedingsmiddelindustrie is dat natuurlijk niet anders. Ongewenste bacteriën in productie- en opslagruimten kunnen de kwaliteit van producten aantasten en consumenten ziek maken. De oplossing is inmiddels dus voorhanden. Zo kan met de technologie van Detact Diagnostics, waarop vanzelfsprekend een wereldwijd patent berust, al binnen 30 seconden bacteriële activiteit worden aangetoond. Terwijl gangbare methoden pas na één of twee dagen een uitslag opleveren.
Het bedrijf ontwikkelde een vloeistof waarin een zwakke schakel aanwezig is, die gevoelig is voor bacteriën. Wanneer de door bacteriën uitgescheiden enzymen deze stof opeten, breekt deze 'schakel' en komt er een infrarood licht uit. Wanneer dus licht opgepikt wordt, dan is duidelijk dat er bacteriën aanwezig zijn. Hoe sterker het oplichten, hoe meer kwalijke bacteriën.
≤€ 100k | 895 |
---|---|
€100k - €300k | 1219 |
€300k - €1 mln. | 2401 |
≥€1 mln. | 1040 |
≤€ 100k | 1320 |
---|---|
€100k - €300k | 2691 |
€300k - €1 mln. | 2734 |
≥€1 mln. | 6260 |
Diversiteit permanent op de agenda
Startups krijgen in Nederland veel kansen. Maar als we naar de cijfers kijken, zien we dat het een wereld is waarin vooral mannen een rol spelen. Van alle investeringen in Nederlandse startups gaat 1,6 procent naar vrouwelijke founders. Om dat te veranderen zijn we in 2019 partner geworden van Fundright. Daarmee committeerden we ons ook aan een behoorlijke ambitie: dat al onze portfoliobedrijven binnen drie jaar een managementteam hebben dat voor minimaal 35 procent uit vrouwen bestaat. Behoorlijk, omdat ons portfolio op 12,7 procent zit. Om deze verhoudingen te verbeteren en daarmee het rendement van innovatieve bedrijven te bevorderen, zetten we diversiteit nu permanent op de agenda bij overleggen met besturen van onze portfoliobedrijven. We willen ondernemers bewust maken van de waarde van een divers team.
Afgelopen november organiseerde de NOM samen met Founded in Groningen en Founded in Friesland een event over diversiteit. Het doel was om bewustwording te creëren, met elkaar in gesprek te gaan en na te denken over vooroordelen. Maar ook om concrete tools te overhandigen om ondernemers, fondsmanagers en andere partijen die van belang zijn in het ecosysteem in beweging te brengen op het thema diversiteit.
Daarnaast is door Investeringsfonds Groningen (IFG), één van de door NOM beheerde fondsen, in 2020 in het Borski Fund geïnvesteerd. Het Borski Fund investeert alleen in vrouwelijke ondernemers en bedrijven met gemengde teams.
Investeren in de toekomst: Duurzamer, Gezonder en Slimmer
Afgelopen jaar is een nieuwe strategie voor de periode 2021-2024 ontwikkeld. We richten ons NOM-breed op de strategische speerpunten: Duurzamer, Gezonder en Slimmer. De NOM investeert al jaren in bedrijven die oplossingen ontwikkelen gericht op deze thema's. Deze bedrijven zijn vaak actief in de zeven (top)sectoren waar Noord-Nederland sterk in is: Chemie, Energie, Agrifood, Lifesciences & Health, High Tech Systems and Materials (HTSM), ICT en Watertech. Onze investeringsactiviteiten veranderen wat dat betreft niet. Iedere kansrijke MKB-onderneming die aan onze investeringsuitgangspunten voldoet, kan bij de NOM terecht.
Wel zetten we de thema's actief in als selectiecriteria. Dat wil zeggen, wanneer een bedrijf zich meldt voor financiering kijken we kritisch of de onderneming zich bewust is van deze thema's. Wordt er bijvoorbeeld in het business plan gesproken over verduurzaming, of helemaal niet? Als een ondernemer niet bezig is met duurzaam ondernemen, en bijvoorbeeld nog volledig gebruik maakt van fossiele brandstoffen, dan nemen we dat zeker mee in de investeringsbeslissing. Voor ondernemingen die al in ons portfolio zitten zullen we deze thema's, samen met diversiteit, ook op de agenda zetten.
Naast maatschappelijke impact blijft een positief financieel resultaat natuurlijk het uitgangspunt. En omdat investeren in nieuwe ontwikkelingen ook risico's met zich meebrengt, investeren we ook in volwassen ondernemingen met groeiambities en in overname-trajecten. We kijken daarbij ook actief naar familiebedrijven. Vaak zijn dat stabiele bedrijven die van generatie op generatie 'doorgegeven' worden, werken vanuit een toekomstvisie, en structureel goede financiële resultaten behalen. Met een balans tussen zulke rendementsinvesteringen en risicovolle investeringen in jonge bedrijven, zorgen we voor positieve financiële resultaten. En die opbrengsten kunnen weer ingezet worden voor nieuwe investeringen.
Ecosystemen voor innovatie
Innoveren voor een gezond, duurzaam en smart Noord-Nederland
Wij willen ecosystemen vormen rondom belangrijke opgaves en uitdagingen in het Noorden. Onze rol in deze ecosystemen is het ontwikkelen van (nieuwe) programma's en het netwerk daaromheen. Vanuit onze nieuwe strategie richten we ons op groene chemie, smart industry en agrifood & health. Met als doel om als regio duurzamer, gezonder en slimmer te worden.
We zetten vol in op de programma's Chemport Europe en Smart Industry. We werken aan een nieuw programma rondom agrifood en gezondheid. Daarin staan thema's als circulaire landbouw, gebruik van restproducten en de transitie naar plantaardige eiwitten centraal. Op het gebied van water heeft het Noorden al jaren een voortrekkersrol. Op de watercampus in Leeuwarden wordt hard gewerkt aan slimme innovaties op het gebied van drinkwater, afvalzuivering en distributie. Onze directe betrokkenheid bij het ontwikkelen van de Water Alliance, zoals dit ecosysteem genoemd wordt, hebben we in 2020 afgesloten. Watertechnologie zal in de lopende programma's echter een belangrijke plek blijven innemen.
Noord-Nederland is de eerste Europese regio die de status van Hydrogen Valley heeft gekregen. Groene waterstof zal namelijk een belangrijk onderdeel worden van de energietransitie. Waterstof is daarom het vierde grote innovatie-programma op de Noord-Nederlandse agenda. Hier is de New Energy Coalition in de lead, en zullen wij ons als partner bezig houden met het aantrekken van bedrijven naar de regio, investeren in betrokken ondernemingen en in het investor ready maken van startups.
In één oogopslag
Campus Groningen als bloeiplaats voor innovatie
In Groningen ligt de snelst groeiende campus van Nederland: Campus Groningen. Dit is een 'triple helix' samenwerking waarbij Rijksuniversiteit Groningen, het UMCG, de Hanzehogeschool, gemeente en provincie Groningen, NOM en de gevestigde bedrijven met elkaar optrekken om beter te sturen op innovatie.
De aanwezigheid van een campus is van toenemende betekenis voor de economische ontwikkeling in de regio. Het is een hotspot van kennis en faciliteiten. Daar doen bestaande regionale bedrijven en startups hun voordeel mee, terwijl het ook een zeer aantrekkelijke factor is in het vestigingsklimaat van Noord-Nederland. Daarom is een aantal jaar geleden ingezet om de campus door te ontwikkelen. En met succes. Door de focus op de regionale kernsectoren agrofood, energie, gezondheid, chemie en digitale economie biedt de Campus een plek waar grote partijen zoals Avebe en DEMCOM graag willen zijn. DEMCON is naast Ducom, Cliq Swiss en MercachemSyncom één van de innovatieve partijen die zich hebben verbonden aan de nieuwste loot aan de Campus-stam: het Innovatiecentrum Chemie & Engineering, dat in 2021 wordt opgeleverd.
Naast ruimte en faciliteiten is ook de toegang tot financiering een belangrijk element op Campus Groningen. Om het kapitaal voor morgen nog beter in te richten met onze stakeholders, hebben we in september het Campus Community Fund gelanceerd. Investeren gebeurde al volop, maar door de middelen expliciet te bundelen in dit nieuwe fonds, verwachten we meer impact te maken. De strategie is vormgegeven door Campus Groningen en haar stakeholders, Rabobank Stad en Midden Groningen en bedrijven op de Campus. Er is een investeringsstrategie van 500 miljoen vastgelegd voor de komende vijf jaar.
Innovatie in concentratieprocessen dankzij samenwerking Avebe en Wafilin
Zetmeel- en eiwittenproducent Royal Avebe en Wafilin hebben een filtratie-installatie gebouwd in Ter Apelkanaal. Dat haalt 400 miljoen liter proceswater uit de aardappelen zelf. Daarmee wordt bovendien dertig procent energie bespaard en vijf procent meer eiwitten uit aardappelsap gewonnen. Een mooi voorbeeld van samenwerking tussen het MKB en grote bedrijven. Onlangs werden beide bedrijven zelfs verkozen tot Water Innovator of the Year 2021.
Avebe staat waarschijnlijk bekend om zijn aardappelzetmeel. Tegenwoordig maakt het bedrijf ook hoogwaardige eiwitten, bijvoorbeeld gemaakt uit aardappelsap. Een belangrijke grondstof voor bijvoorbeeld vegetarische hamburgers of plantaardige kaas. Plantaardige eiwitten zijn een duurzaam alternatief voor dierlijke eiwitten, maar het winnen van de eiwitten uit aardappelsap is een energie-intensief proces. Het aardappelsap moet namelijk aan de kook gebracht worden. Daarom ging Avebe op zoek naar een alternatieve manier. De oplossing: een membraanfiltratietechnologie van Wafilin.
In 2018 startten de twee bedrijven daarom met project Duurzaam Concentreren van Aardappelsap met Membranen (DUCAM). Op de productielocatie van Avebe in Ter Apelkanaal kwamen DUCAM membraanfiltratiesystemen te staan. Daarmee is een aanzienlijke verlaging van het energieverbruik gerealiseerd, evenals een waterbesparing door het hergebruik van water uit de aardappel als proceswater.
Door met groene chemie
Chemport Europe is het ecosysteem van bedrijven die in groene chemie willen investeren. In het Chemport ecosysteem is de hele keten aanwezig: van landbouw via organische basischemicaliën en tussenproducten tot aan het eindproduct. Het brengt partijen die zich inzetten voor groene chemie in het Noorden dichter bij elkaar, ondersteunt ze en maakt ze zichtbaar.
Het doel is om tot een duurzame, CO2-neutrale chemische industrie te komen, en om bedrijvigheid en werkgelegenheid te behouden en zelfs verder uit te bouwen. Het chemiecluster in Delfzijl richt zich op halffabrikaten en het cluster in Emmen op polymeren (kunststoffen). Chemport Europe initieert projecten, zoals de Suikeragenda of Chemport Connect, en draagt zorg voor de uitvoering ervan door de betrokken partijen in de regio. In 2020 is het programma Chemport Europe verlengd voor vier jaar.
Suiker, een witte motor voor groene chemie
Om toekomstbestendige, groene chemie te realiseren wordt vol ingezet op duurzame energie en grondstoffen. Veel van de bestaande chemische bedrijven in de Chemport regio werken echter nog veel met fossiele grondstoffen. Op dit moment wordt ongeveer 20 procent van de fossiele olie gebruikt als grondstof voor chemicaliën. Er is een nieuw, groen, alternatief nodig. Het gebruik van suiker in plaats van fossiele olie als grondstof voor de chemische industrie biedt enorme mogelijkheden. Daarom heeft Chemport Europe een Suikeragenda ontwikkeld, inclusief routekaart voor de ontwikkeling van een groene chemische productieketen in Noord-Nederland in de periode tot 2050.
Er zal in de beginfase subsidie nodig zijn om groene koolstof concurrerend te maken, terwijl blokkades uit de regelgeving moeten verdwijnen. Wanneer bijvoorbeeld suiker uit biomassa wordt gehaald blijft er een residu over. De huidige regels maken het moeilijk om dit materiaal vol voedingsstoffen te gebruiken als meststof in de landbouw. Daarom moet het als afval tegen betaling worden afgevoerd.
Het is een probleem dat Bram Fetter, Chief Operations Officer bij Cosun Beet Company maar al te goed kent. ‘We zijn vooral producent van groene koolstofmoleculen, maar ons beleid is gericht op de hele productieketen. We werken samen met partijen verderop in de keten, gaan joint ventures aan of helpen anderen een bedrijfsplan op te stellen.’ Zijn bedrijf heeft, samen met Avantium (pionier in hernieuwbare en duurzame chemie) en chemisch bedrijf Nouryon waardevolle input geleverd voor de Suikeragenda. ‘We zijn alle drie actief in Noord- Nederland maar ook daarbuiten’, zegt Fetter. ‘De kennis die nodig is voor groene chemie wordt op wereldschaal ontwikkeld. Wel is het zo dat in de Chemport regio een groot aantal partijen in de groene chemie keten aanwezig is.’ De Agenda helpt ze een gezamenlijke koers te volgen en geeft ze een stip aan de horizon. ‘Je komt niet bij dat doel met alleen grote bedrijven. We hebben de creatieve input nodig van startups en andere innovatieve bedrijven.’
Smart Industry: van fieldlab naar Europese hub
Noord-Nederland is, na Amsterdam, de op één na grootste startup regio van Nederland, met een groeiende online sector en sterke focus op ICT, data science en digitalisering. Een aantal jaar geleden startten we daarom het programma Region of Smart Factories, kortweg RoSF. Het was één van de eerste fieldlabs gericht op smart industry. De focus: producten en productieprocessen intelligent, connected en customized maken met Industrie 4.0 toepassingen. Samen met Philips en Fokker werd het programma ontwikkeld. In 2018 kreeg RoSF een vervolg met de Smart Industry Hub, waarin ondertussen zo'n 500 bedrijven betrokken zijn. Ook zijn we aan de slag gegaan met een brede aansluiting van het MKB.
We zien in Noord-Nederland steeds meer bedrijven die interessante “Smart Industry oplossingen” aanbieden. Deze komen uit de hoek van ICT- en software, industriële automatisering en machinebouwers, equipementleveranciers, aanbieders van digitale producten – bijvoorbeeld ERP, boekhouding of marketing, aanbieders van big-data oplossingen of kunstmatige intelligentie, ingenieursbedrijven en ervaren smart factory-consultants. Onze regio heeft de juiste bouwstenen om een koploper te worden in een gedigitaliseerd Europa. De volgende stap is om veel meer bedrijven aan te haken en zo op te schalen. Ook zijn we bezig met de route naar het worden van een European Digital Innovation Hub.
Je eigen gezondheidsgegevens beheren in een persoonlijke gezondheidsomgeving
Ook op het gebied van gezondheid en healthy ageing gebeurt er veel in het Noorden. Afgelopen jaar raakten we betrokken bij het PGO Netwerk Noord, een consortium van bijna 40 bedrijven en zorginstellingen in het noorden van Nederland. Hier wordt gewerkt aan een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Een digitale omgeving waarin burgers hun eigen gezondheidsgegevens beheren. Ze halen zorgdata op bij hun zorgverleners en bepalen zelf met wie ze deze informatie delen. De privacy is geborgd want alle partijen moeten voldoen aan de landelijke MedMij-standaarden en -afspraken. In 2020 kreeg de PGO een belangrijke impuls dankzij een subsidie van 4 miljoen euro.
Het werkt als volgt. Als gebruiker kies je je eigen PGO. Door daar allerlei applicaties of gezondheidsprogramma’s aan te koppelen, volg en beïnvloed je je gezondheid. Bijvoorbeeld via wearables die de bloeddruk of hartslag meten, een app die longaanvallen kan voorspellen of een programma dat helpt om op gewicht te blijven. PGO Netwerk Noord heeft als doel om als een vliegwiel voor zorginnovatie te fungeren. Patiënten vertegenwoordigers en Zorgbelang denken nadrukkelijk mee in het programma.
Wim Hodes, directeur van Stichting GERRIT en penvoerder van het consortium, legt uit: “Burgers en patiënten willen steeds meer hun gezondheid in eigen hand nemen. Daarnaast is er de toenemende druk op de zorg. Door de uitbraak van corona en de gevolgen daarvan heeft eHealth een vlucht genomen. ‘’We moeten dat zien vast te houden en PGO’s sluiten daar naadloos bij aan.’’
De intensieve samenwerking en het slechten van digitale en infrastructurele belemmeringen helpt bedrijven, zoals startups, te groeien en uit te breiden. De verwachting is dus ook dat PGO’s nieuwe banen opleveren. "PGO Netwerk Noord is niet alleen goed voor de zorg maar ook voor de economie’’, aldus Hodes. Mede om deze reden is de subsidie vanuit het SNN toegekend en is de NOM er nauw bij betrokken.
Vestigen in Noord-Nederland
Hoe we bedrijven interesseren voor Noord-Nederland
Als innovatieve regio biedt Noord-Nederland een ideaal vestigingsklimaat. Daarom helpen we bedrijven uit binnen- en buitenland die zich hier willen vestigen. We brengen Noord-Nederland proactief onder de aandacht, onder andere met proposities gericht op agrifood, chemie, ICT en life sciences.
In één oogopslag
Bij het aantrekken van nieuwe bedrijven merkten we afgelopen jaar de impact van de coronapandemie. Door de reisbeperkingen bleek het lastig voor bedrijven om een keuze te maken voor een nieuwe vestigingslocatie. In dit proces speelt face-to-face contact en de mogelijkheid een locatie te bekijken een belangrijke rol. Toch hebben we vijf succesvolle acquisitietrajecten doorlopen waarvan twee nieuwe bedrijven zich in 2020 in Noord-Nederland hebben gevestigd.
Daarnaast is voor 149,6 miljoen euro in Noord-Nederland geïnvesteerd. Daarmee is onze doelstelling voor 2020 (100 miljoen euro) ruimschoots behaald.
Topsector | Investeringen (in miljoen €) |
---|---|
Agrifood | 5 |
ICT | 49,6 |
Energie | 95 |
Focus op het positioneren van Noord-Nederland
We hebben ons in 2020 sterk gericht op de positionering van Noord-Nederland. We zijn doorgegaan met TopDutch, het label van waaruit we campagnes opzetten die de proposities vertalen naar aansprekende uitingen. Afgelopen jaar is veel content gepubliceerd op de website en verschillende social media kanalen: mooie verhalen over alles wat er speelt in de regio, van de groene chemie highlights tot de route naar het worden van dé waterstofregio in Europa.
Om Noord-Nederland op een proactieve manier onder de aandacht te brengen, bezoeken we regelmatig beurzen. In 2020 is dat zoveel mogelijk online georganiseerd. Zo waren we betrokken bij BIO Europe, een congres gericht op medicijnontwikkeling. Ook namen we deel aan de vijftiende Plant-Based Foods & Proteins Summit North America, een internationaal congres over plantaardige voeding en eiwitten. Binnen de sector agrifood is dit een 'hot topic'. Noord-Nederland kan een belangrijke rol spelen in de eiwittransitie, zoals de overgang van dierlijke naar plantaardige eiwitten wordt genoemd.
Om dat aan het publiek te laten zien, vertaalde NOM samen met Campus Groningen de kracht van Noord-Nederland naar een heldere pitch. Vanuit het TopDutch label is aan de hand van de domeinen Health, Food en Agribusiness een sterke propositie neergezet. Het team had ook een eigen virtuele stand. Het evenement bestond namelijk uit een digitaal platform dat was ontwikkeld door EventInsight, een bedrijf uit de stad Groningen en een participatie van de NOM.
Door het stevig positioneren van onze Noord-Nederlandse proposities, is de pijplijn aan leads voor 2021 goed gevuld.
Bedrijven binnenhalen én houden
Wanneer een bedrijf zich eenmaal in Noord-Nederland gevestigd heeft, blijven we ze begeleiden, bijvoorbeeld als ze uitbreidingsplannen hebben of op zoek zijn naar partijen om mee samen te werken. Dit doen we vanuit ons Investor Relations (IR) programma. Als onderdeel van dit programma bezoeken we regelmatig de gevestigde bedrijven en bespreken we hun resultaten en strategie. Ook hebben we zo zicht op hoe het vestigingsklimaat van Noord-Nederland wordt ervaren. Afgelopen jaar bezochten we 63 bedrijven.
De afgelopen jaren hebben enorm veel mooie bedrijven voor onze regio gekozen. Een vaak blijven ze ook lang. We blikken daarom terug op een aantal bedrijven die van Noord-Nederland hun thuis maakten.
Japanse sojasaus op Nederlandse bodem
In 1997 kwam Kikkoman naar Nederland. Na een acquisitietraject dat veertien jaar duurde, landde het bedrijf in Sappemeer, zuidoostelijk van Groningen. In de Noord-Nederlandse fabriek produceert Kikkoman Foods Europe ondertussen al meer dan twintig jaar diverse sojasaus variaties. Deze worden naar verschillende Europese landen geëxporteerd. Ook Nederland is een belangrijke markt: Sushi is hier enorm populair; met goede sojasaus verkoop als gevolg.
Eén van de belangrijke redenen om te kiezen voor Sappemeer was de kwaliteit van het water. Dankzij het zachte water hoeft Kikkoman weinig te doen om het water tot de Japanse kwaliteitsstandaard te brengen. Het Noorden was ook interessant vanwege de goede logistiek. Via de Eemshaven kunnen sojabonen en tarwe snel getransporteerd worden. Ook voelde het bedrijf zich bijzonder welkom, mede dankzij de NOM, die het bedrijf kon helpen bij het vinden van geschikt personeel. De producent verwacht de komende jaren hard verder te groeien.
Groningen al jaren de thuisbasis voor IBM Client Innovation Centre
Acht jaar geleden was er niets, nu werken er 285 mensen. Het Client Innovation Centre van IBM is in alle opzichten nieuw en anders. Hier moeten nieuwe dingen ontstaan. Technologie, ideeën, manieren om klanten nog beter van dienst te zijn. Kortom, innovatie. En dat voor een fors klantenbestand, waarvan veel in de Benelux zit. Grote banken die oplossingen zoeken om hun klanten beter te bedienen, corporates, retailers, energiebedrijven. Vanuit het pand aan het Zuiderdiep is het bedrijf vooral in de weer om de klanten te helpen met hun ICT-oplossingen. Maar de werknemers in Groningen pakken de ruimte om zelf nieuwe dingen te ontwikkelen. Daarom is Groningen ook aangewezen als het Europese blockchain-expertisecentrum van IBM.
Dat IBM het eerste Client Innovation Centre in 2013 in Groningen vestigde, heeft te maken met de open armen die het bedrijf in Groningen trof. Carola Bos: “We voelden ons welkom. De overheid dacht mee, de NOM bood ons direct een netwerk van gesprekpartners. De lijntjes zijn kort, zodat we snel slagen konden maken. Afgezien daarvan concludeerden we dat de druk op de markt van ICT-techneuten in Eindhoven wel erg groot was.’’
Natuurlijk zijn er ook uitdagingen. In Groningen werken nu mensen met 34 verschillende nationaliteiten samen. De gemiddelde leeftijd is 29 jaar, het aandeel vrouwen ongeveer een kwart. “Die diversiteit is iets dat we continu in de gaten moeten houden. Het is echt lastig om altijd de juiste mensen te vinden.’’ Hoewel het bedrijf allang niet meer alleen naar pure 'ICT-techneuten' zoekt, blijkt het moeilijk om geschikt talent te vinden en hen te binden. In het Noorden vissen ICT-bedrijven uit hetzelfde vijvertje met professionals. Samenwerking tussen bedrijven en onderwijsinstellingen in de regio is van groot belang om dit te verbeteren.
Scania uit Meppel herrees als een feniks uit de as
De lakfabriek van Scania in Meppel werkt aan een flinke uitbreiding. Dat had eerder deze eeuw geen ziel voorspeld. In 2002 probeerde het Zweedse truckmerk nog van de leegstaande fabriek, waar sinds 1964 cabines voor vrachtwagens werden geassembleerd en in kleur gespoten, af te komen. De directie in Zweden besloot in 1994 al om de fabriek in Meppel te sluiten. Het duurde uiteindelijk tot november 2002 voordat de laatste cabine van de bank rolde. Scania leek Drenthe voorgoed te verlaten. Wie vandaag naar het gebouw rijdt, kan het zich amper meer voorstellen. Vrachtwagens rijden af en aan, de parkeerplaatsen voor medewerkers staan vol, het logo van Scania schittert levensgroot op de gevel. Scania Meppel is ‘gewoon weer’ de grootste industriële werkgever in de omgeving. Ongeveer 550 medewerkers verdienen er hun brood.
Het is een mooi verhaal, dat samenhangt met een sterke wil, een goed idee, fijne samenwerking en mooie berekeningen en een beetje mazzel’, vertelt plantmanager Erik de Gilde. Eerst maar eens de sterke wil. De Gilde, die toen bij Scania in Zwolle werkte, zag het van afstand gebeuren. De toenmalige directie in Meppel besloot alles in het werk te stellen om de fabriek, of in ieder geval de werkgelegenheid, in de Drentse stad te behouden. Daarbij vond ze de NOM aan haar zijde.
Projectmanager van de NOM Gerard Lenstra herinnert zich die tijd nog goed. ‘Wij werden erbij betrokken op het moment dat Scania een koper zocht voor het gebouw en het terrein. Omdat wij natuurlijk ook staan voor behoud van werkgelegenheid in de regio, hebben we ons best gedaan. Maar de fabriek bleek niet te verkopen. Te specifiek ingericht voor andere partijen.’
Dat zou je achteraf gezien een beetje mazzel kunnen noemen. Want de moeilijke verkoop gunde tijd om tot een goed idee te komen. De Gilde: ‘Rond die tijd zagen we dat het bedrijf steeds meer gelakte onderdelen inkocht. Dakdelen, spoilers, dat soort onderdelen. Het aantal gewenste kleuren nam snel toe en daarmee de complexiteit van het logistieke proces. Dat riep de vraag op of het niet goed zou zijn dat werk zelf te gaan doen.’
Insourcing
Tijd voor de mooie berekeningen. Daaruit bleek dat insourcen allereerst gunstig zou zijn voor de kwaliteit van het lakwerk. Bovendien konden de kosten voor Scania ermee worden gedrukt. Dat is prachtig, maar daarmee was Meppel nog niet gered. Scania bezit verschillende fabrieken in Europa waar zo’n ‘lakfabriek’ opgezet zou kunnen worden.
De Gilde: ‘Dat was puur lobbywerk. Wij redeneerden dat de fabriek in Meppel toch leeg stond en goed geschikt gemaakt kon worden. De locatie is bovendien gunstig voor de markt in West- en Midden-Europa. Tel daarbij op de flexibiliteit van het personeel en de door Zwedenerkende goede moraal van de werknemers en uiteindelijk trokken we aan het langste eind.’
Bij de pogingen Scania voor Meppel te behouden kwam de fijne samenwerking goed van pas. Met de NOM bijvoorbeeld. Gerard Lenstra: ‘Wij hebben ons vooral beziggehouden met het lobbywerk op hoger niveau, zoals bij de Netherlands Foreign Investment Agency. Via het Ministerie zijn we op zoek gegaan naar investeringspremies, naar alle manieren om ervoor te zorgen dat Zweden ‘ja’ zou zeggen. Ons argument was de werkgelegenheid voor honderden mensen in de regio.’
De kogel ging door de kerk. In 2004 besloot Scania de fabriek uit de verkoop te halen en om te bouwen. De Gilde: ‘Noem het maar gerust vernieuwbouw. Een complete, moderne, automatische laklijn kwam er. Delen van het fabrieksgebouw werden helemaal nieuw opgetrokken.’ De NOM bemoeide zich met het circus aan vergunningen dat noodzakelijk is voor dit type fabriek. In 2005 draaiden de machines weer in Meppel, drie jaar na de sluiting. Anderhalf jaar later rolden de eerste gelakte onderdelen productiematig van de band.
Nieuwe productielijn
Het gaat sindsdien geweldig met Scania in Meppel, dat langzaam maar zeker steeds meer productie naar zich toe geschoven zag. Nu glijden de onderdelen dag in, dag uit door de automatische lakstraat. Assemblage is op kleine schaal ook weer terug in huis. Een efficiënt ingerichte controle- en nabewerkingsafdeling maakt de producten van topniveau. Erik de Gilde: ‘We worden elk jaar beter. Dat moet ook, om continu overtuigend bewijs te leveren dat Meppel heropenen een goede zet was.’
Tegenwoordig worden technieken met big data en machine learning ingezet om het productieproces te blijven optimaliseren. Efficiëntie is key. Daarmee lijkt het verhaal van Scania Meppel rond. Maar het gaat verder. Het lijkt alsof de geschiedenis zich herhaalt, maar dan anders. Erik de Gilde en de zijnen halen een compleet nieuwe afdeling naar Drenthe. De onderdelen die in Meppel worden afgelakt, worden nu nog in hoofdzaak geprimerd ingekocht. Zou Scania dat niet ook gewoon zelf kunnen doen?
Ja dus. De business case bleek weer goed, de nieuwe lijn komt eraan. De maquette van de nieuwbouw is af, na de zomer gaat de spade de grond in. De nieuwe fabriek wordt volledig CO2 vrij (geen aansluiting meer op het aardgasnet). Via een ingenieuze brug over de weg wordt de nieuwbouw aan de overkant in de bestaande productielijn geïntegreerd. Erik de Gilde is ervan overtuigd dat het weer een succes wordt. ‘We worden er als geheel efficiënter van. We kunnen dit, dat hebben we de afgelopen vijftien jaar wel bewezen.’
Financiële resultaten in het kort
Onze inkomsten bestaan uit rente, dividenden en de verkoop van (ons belang in) portfoliobedrijven. Het boekjaar 2020 hebben wij afgesloten met een winst van 4,7 miljoen euro, met name dankzij de verkoop van zes portfoliobedrijven (waarvan vier een positief resultaat hebben opgeleverd), ontvangen dividenden en een vrijgevallen voorziening. Hiermee zit het totale NOM resultaat boven ons gemiddelde financiële (netto) NOM resultaat over de periode 2011 t/m 2019 van 4,1 miljoen euro. Dankzij de agiostorting in de NOM, de ontvangen dividenden, opbrengsten op verkopen van participaties en de verkoop van Catawiki in februari 2021 heeft de nom geen tekort aan liquiditeiten. Deze mooie ontwikkelingen hebben in 2020 geleid tot een positieve kasstroom van € 6,6 miljoen. De NOM heeft hierdoor geen acute financieringsbehoefte.
Benaderde marktwaarde
Naast het positieve resultaat is de benaderde marktwaarde (BMW) van onze participaties ook toegenomen. Eind 2020 bedroeg deze 88 miljoen euro. In de jaarrekening wordt nader ingegaan op de totstandkoming van de BMW.
Zoals ook toegelicht in het hoofdstuk Investeren in innovatie ondernemingen, moeten onze resultaten in meerjarig perspectief gezien worden. De NOM investeert in kansrijke, innovatieve ondernemingen en is daarmee een risicofinancier. Wij investeren vaak daar waar de markt het nog niet aandurft. Daarom hebben wij te maken met een hoog risicoprofiel en onvoorspelbaarheid bij onze portfoliobedrijven. Ook zijn we voor een langere periode betrokken bij onze portfoliobedrijven, gemiddeld zo'n zeven jaar. Ons financiële resultaat wordt sterk beïnvloed door de verkoop van participaties. Wij weten van tevoren niet, wanneer deze plaats zullen vinden. Vaak laat rendement op een investering daardoor een aantal jaren op zich wachten. Het kan ook voorkomen dat een investering niet succesvol uitpakt.
Resultaat | Investeringen | Innoveren en acquireren |
---|---|---|
2016 | 14,6 | 0 |
2017 | 6 | 0 |
2018 | 0,7 | 0 |
2019 | -5,3 | 0 |
2020 | 4,7 | 0 |
Vermogensontwikkeling
Om risicodragend kapitaal te kunnen verstrekken is door de aandeelhouders kapitaal ingebracht. De aandeelhouders stellen als eis dat de koopkracht van het door hen beschikbaar gestelde vermogen in stand blijft. Dat wil zeggen dat de NOM na aftrek van haar kosten in vijfjarig perspectief een rendement boekt dat tenminste gelijk is aan het inflatiepercentage (doelvermogen). Het beschikbaar gestelde vermogen verhoogd met de inflatiecorrectie en minus dividenduitkeringen wordt aangemerkt als doelvermogen.
De 5-jaarsperiode loopt van 1 januari 2016 tot en met december 2020. Het vermogen was bij aanvang in 2016 52,8 miljoen euro en is ultimo 2020 76,9 miljoen euro. Dit is inclusief een agiostorting in de NOM van 17,8 miljoen euro in 2020. De positieve resultaten van de afgelopen jaren hebben ertoe geleid dat het totale vermogen boven het doelvermogen (58,8 miljoen euro) is gebleven, waarmee aan de doelstelling van de aandeelhouders wordt voldaan. Ondertussen lopen er gesprekken met de aandeelhouders over de vaststelling van het doelvermogen voor 2021 en verder.
Meer informatie over onze financiële resultaten is te lezen in de jaarrekening.
Vermogen | Doelvermogen | |
---|---|---|
2016 | 52,8 | 38,4 |
2017 | 59 | 38,8 |
2018 | 59,6 | 39,4 |
2019 | 54,4 | 40,5 |
2020 | 76,90000000000001 | 58,8 |
Financiële instrumenten
Algemeen
De NOM maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van financiële instrumenten die in de balans zijn opgenomen. De NOM handelt niet in deze financiële instrumenten en heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of markt te beperken. Bij het niet-nakomen door een tegenpartij van aan de NOM verschuldigde betalingen blijven eventuele daaruit voortvloeiende verliezen beperkt tot de waarde van de desbetreffende posten. Daarnaast zijn er geen kosten voor onderzoek of ontwikkeling gemaakt.
Kredietrisico
De vorderingen uit hoofde van leningen zijn niet in overwegende mate geconcentreerd bij één of enkele participaties en overige ondernemingen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot het einde van de looptijd. De onderneming heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.
Renterisico
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen.
Marktwaarde
De marktwaarde van de in de balans verantwoorde leningen, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.
Dilemma: balans tussen risicovolle investeringen en rendement
Onze opdracht als regionale investeringsmaatschappij is, in de basis, daar te investeren waar de markt het nog niet volledig oppakt. Het gaat dan vaak om jonge, startende en innovatieve bedrijven. Bij de financiering van bedrijven beoordelen wij het business plan op basis van het langetermijnperspectief en continuïteit. Maar het investeren in dit deel van de markt gaat hand in hand met een hoog risicoprofiel en onvoorspelbaarheid qua financieel succes. Pas op de langere termijn, nadat bedrijven een aantal jaar in ons portfolio zitten, krijgen we zicht op rendement.
Bij een deel van de bedrijven waarin we deelnemen verliezen we ook onze investering. Tegelijkertijd willen, en moeten, we aan de rendementseisen van onze aandeelhouders voldoen en ons vermogen in stand houden. Wij zoeken daarom continu de balans tussen investeren in innovatieve, jonge bedrijven en investeringen waarvan de rendementen op voorhand beter te voorspellen zijn, zoals familiebedrijven en overnamefinanciering.